De gebroken Schijn

India Alvarez en Byron Perry

In het bruisende hart van New York City, tijdens een zinderend concert in Madison Square Garden, kruist het lot de paden van twee buitengewone mensen: Byron Perry, de gepassioneerde goalie van de New York Rangers, en India Alvarez, een dynamische softwareontwikkelaar bij Lucent Corp. Aangetrokken door de onweerstaanbare energie van de avond dansen ze tussen de menigte, delen ze spontane lachbuien en vluchtige blikken die een onverwachte connectie doen opbloeien.

Net wanneer hun chemie begint te vonken, leggen de flitslichten van paparazzi het moment vast, en ontstaat er een verhaal in de pers over een romance die ver van de waarheid ligt. De media beweren dat ze gelukkig samen zijn, en Byron’s team, beducht voor negatieve publiciteit, staat erop dat ze het spel meespelen. Met tegenzin belanden Byron en India in een schijnrelatie, waarin hun publieke vertoon van affectie sterk contrasteert met de onzekerheid die onder de oppervlakte broeit.

Terwijl ze hun weg vinden in de chaos van hun toneelstuk, botst India’s onvoorspelbare aard met Byron’s principiële karakter. Elke ontmoeting onthult nieuwe lagen van hun persoonlijkheden, waardoor ze geconfronteerd worden met hun jaloezie, onzekerheden en de oprechte gevoelens die groeien te midden van de leugen.

In een wervelwind van ijshockeywedstrijden, conference calls en nachtelijke avonturen moeten ze beslissen: is liefde die geboren wordt uit een verzonnen verhaal sterk genoeg om te ontsnappen aan de grenzen van illusie? En kunnen twee zo verschillende zielen harmonie vinden in een lawaaierige wereld? Of laten ze de schaduwen van hun publieke imago hun uiteindelijke geluk in de weg staan?

India Alvarez (24) 

is een kleurrijke mix van energie en intuïtie. Ze leest mensen feilloos en voelt stemmingen haarfijn aan, wat haar een verrassend scherp inzicht geeft. Toch laat ze zich zelden in een hokje plaatsen—India is een ware wild card, even onvoorspelbaar als charmant. Haar dynamische en gepassioneerde aard maken dat ze vol overgave in het leven staat, altijd op zoek naar nieuwe ervaringen en uitdagingen.

Byron Perry (29)

is een man die mensen leest alsof hij hun verhaal al kende voordat ze het zelf vertellen. Zijn scherp oordeel over karakter maakt dat hij zelden verkeerd zit in wie hij vertrouwt—en wie niet. Toch draagt hij die vaardigheid zonder arrogantie; Byron blijft bescheiden, altijd bereid te luisteren voordat hij spreekt.

Proloog

Byron POV

Juli

 De lucht boven de kustvilla was een helder, bijna onwerkelijk zomers blauw. Het soort blauw dat je alleen ziet op dagen waarop alles klopt. Witte rozen slingerden langs houten bogen alsof ze daar altijd al hadden gehoord, de zee glinsterde zilver in de verte en een zachte bries liet de linten aan de stoelen dansen, speels, licht, zorgeloos. Alles ademde perfectie.
Het was precies het soort dag waarvan mensen later zouden zeggen dat je het geluk bijna kon aanraken.

 Het was de dag waarop ik zou trouwen. Ik stond in de voorbereidingskamer aan de zijkant van de villa, strak in mijn donkerblauwe pak. De stof zat als gegoten, mijn das precies recht, de manchetknopen glansden in het zonlicht dat door het raam naar binnen viel. Elk detail klopte. Alsof iemand — misschien ikzelf — alles zorgvuldig had afgevinkt om te bewijzen dat ik hier klaar voor was.
Mijn ademhaling was rustig. Mijn hartslag stabiel. Dit was het moment waar alles naartoe had gewerkt.

 Dit zou het mooiste moment van mijn leven zijn. Vanuit het raam keek ik uit over het grasveld waar de stoelen in perfecte rijen stonden opgesteld. Familie. Vrienden. Teamgenoten. Mensen die ik had leren kennen in verschillende fases van mijn leven, allemaal samengebracht voor één reden.
Voor haar.
Voor ons.

Voor Emily.

 Ze had altijd gezegd dat ze eenvoudig wilde trouwen. Geen spotlights, geen scripts, geen overdreven spektakel. Het liefst op het strand, blote voeten in het zand, de zon op haar gezicht en het geluid van de oceaan als enige muziek. Vandaag werd die wens werkelijkheid.
Ik zag haar al voor me, zoals ik haar kende — stralend, zelfverzekerd, haar lach die me altijd het gevoel gaf dat alles goed zou komen. Ik zou haar hand vasthouden en in haar ogen kijken met de zekerheid die ik nooit eerder had gekend.

 Voor altijd. Dat was het woord dat door mijn hoofd bleef echoën. Ik draaide me iets van het raam af, mijn blik glijdend over het pad dat naar het strand leidde. De bloemen, het witte lint, de stoelen — het decor van een toekomst die al was uitgestippeld. Het voelde vast. Zeker. Onwrikbaar. Totdat er werd geklopt.

 Niet hard. Niet aarzelend. Maar precies genoeg om mijn gedachten te breken. Tristan stond in de deuropening. Mijn broer. Normaal ontspannen, vandaag gespannen tot in elke spier van zijn gezicht. Zijn kaak stond strak, zijn blik zo onrustig dat mijn maag zich onmiddellijk samenkneep. Dit was niet hoe hij hier hoorde te staan. Niet nu.

“Byron…” Zijn stem was lager dan normaal, bijna een fluistering. In zijn ogen lag iets wat ik niet meteen kon benoemen — maar wat mijn adem stokte nog voor hij het uitsprak. “Ze is weg.”

Mijn lichaam verstarde. Alsof iemand de tijd had stilgezet.
“Wat bedoel je, weg?” Mijn stem klonk vreemd in mijn eigen oren. Te hard. Te leeg. Mijn hart begon te bonzen, onregelmatig nu, alsof het niet meer wist welk ritme het moest volgen. 

 Dit stond niet in het script. Dit hoorde hier niet. Dit was onmogelijk. “Ze kreeg een telefoontje,” zei Tristan voorzichtig. “Van haar agent. Er is een filmrol. Een grote. Ze moest meteen naar het vliegveld.” Hij slikte. “Ze zei dat ze het je zelf zou uitleggen.” Een uur voor de ceremonie. Een uur voordat ons leven zou beginnen.

 Buiten klonk gelach. Het zachte gerinkel van glazen. Het geluid van mensen die geen idee hadden dat alles zojuist was ingestort. De zee rolde rustig door, onverschillig voor het feit dat mijn wereld stilviel. Het contrast was bijna wreed.
Hierbinnen was het stil. Behalve het bonzen in mijn borst — zwaar, traag, alsof mijn hart twijfelde of het nog wel verder moest kloppen. Ik keek naar mezelf. Naar mijn pak. Naar mijn perfect gepoetste schoenen. Alles was klaar. Alles was precies zoals het moest zijn. Alles behalve zij. En zonder haar voelde niets nog echt.

 De toekomst die ik zo zeker had gezien, vervaagde als een schaduw in fel zonlicht. Wat bleef er over als de persoon die alles betekenis gaf, niet kwam opdagen? Had ik haar te veel vastgehouden? Te snel vooruit gekeken? Was ik te zeker geweest — of juist blind? Tristan stond naast me, zijn blik op de grond gericht. Ik wist dat hij er was. Dat hij me niet alleen liet. Maar troost vond ik niet. De tijd leek stil te staan, terwijl buiten alles doorging. En voor het eerst sinds ik me kon herinneren, wist ik het niet.

Wat ging ik doen?

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.