



De gebroken Rivaliteit
Tiffany Kingsley en Lucas Dexter
Tiffany Kingsley heeft haar hele leven in de schaduw van haar achternaam gestaan—angstig, onderschat, en vastbesloten om méér te zijn dan alleen het zusje van Ryan Kingsley. Met een rechtenstudie van Oxford op zak en iets te bewijzen, keert ze terug naar New York, klaar om haar stempel te drukken.
Wat ze niet had verwacht? Lucas Dexter—de man die ooit hielp haar familie bijna te breken. Hij is briljant. Meedogenloos. Irritant knap. En ook... de gezworen vijand van haar broers.
Ooit had Lucas zijn ziel verkocht om hogerop te komen. Nu wil hij maar één ding: rust—en misschien, als het even meezit, vergeving. Wanneer een toevallige ontmoeting in een hotelkamer uitmondt in een onontkoombare band, worden Tiffany en Lucas gedwongen de waarheid onder ogen te zien—over loyaliteit, erfenis, en een chemie die elke logica tart.
Zij is recht en rede. Hij is risico en verlossing. En hun verhaal?
Dat gaat over liefde die zich aan geen enkele regel houdt.
"Je bent niet wie zij zeggen dat je bent," fluistert ze.
"En jij bent niet wie jij denkt dat je bent," antwoordt hij.
Een slow-burn enemies-to-lovers romance over helen wat gebroken was, je eigen naam kiezen, en de ene persoon vinden die je volledig ziet—en blijft.



Tiffany Kingsley (23)
Nieuwsgierig, soms een tikkeltje pretentieus, koppig en snel ongerust, maar altijd eerlijk en betrouwbaar. Ze heeft een goed hart, een natuurlijke charme en weet zich op een welbespraakte manier uit te drukken. Tiffany is iemand die, ondanks haar scherpe randjes, oprecht geeft om de mensen om haar heen en er altijd zal zijn wanneer het ertoe doet.

Lucas Dexter (29)
Gedreven tot op het bot, veeleisend en soms ongeduldig, maar ook onbaatzuchtig en zelfstandig. Hij past zich moeiteloos aan elke situatie aan, is scherp van geest en weet mensen vaak te verrassen met zijn inzicht en charme. Lucas combineert zelfvertrouwen met toewijding, en waardeert de mensen en kansen in zijn leven oprecht. Achter zijn vastberaden houding schuilt een man die zowel interessant als meelevend is, en die altijd bereid is om alles te geven voor wat – en wie – belangrijk voor hem is.

Teaser Boek 3
Tiffany Kingsley heeft haar hele leven in de schaduw van haar achternaam gestaan—angstig, onderschat, en vastbesloten om méér te zijn dan alleen het zusje van Ryan Kingsley. Met een rechtenstudie van Oxford op zak en iets te bewijzen, keert ze terug naar New York, klaar om haar stempel te drukken.
Wat ze niet had verwacht?
Lucas Dexter—de man die ooit hielp haar familie bijna te breken.
Hij is briljant. Meedogenloos. Irritant knap.
En ook... de gezworen vijand van haar broers.
Ooit had Lucas zijn ziel verkocht om hogerop te komen. Nu wil hij maar één ding: rust—en misschien, als het even meezit, vergeving. Wanneer een toevallige ontmoeting in een hotelkamer uitmondt in een onontkoombare band, worden Tiffany en Lucas gedwongen de waarheid onder ogen te zien—over loyaliteit, erfenis, en een chemie die elke logica tart.
Zij is recht en rede.
Hij is risico en verlossing.
En hun verhaal?
Dat gaat over liefde die zich aan geen enkele regel houdt.
"Je bent niet wie zij zeggen dat je bent," fluistert ze.
"En jij bent niet wie jij denkt dat je bent," antwoordt hij.
Een slow-burn enemies-to-lovers romance over helen wat gebroken was, je eigen naam kiezen, en de ene persoon vinden die je volledig ziet—en blijft.
Boek 3 De gebroken Rivaliteit
Proloog Lucas
In het begin had ik het niet eens door.
Niet bij het ondertekenen van de papieren.
Niet bij het schudden van Robert Kingsley’s hand in die strakke, galmende vergaderruimte met te-witte muren.
Zelfs niet toen het nieuws uitkwam.
Ryan Kingsley: Onderzoek naar Bedrog bij Lucent Corp.
Ik herinner me de kop.
Hoe snel het rondging.
Maar vooral de stilte erna—alsof het hele gebouw zijn adem inhield.
Ik wachtte. Iemand zou zeggen dat het onzin was.
Dat dit ruis was.
Maar niemand zei iets.
En ik ook niet.
Dat was het moment waarop ik had moeten praten.
Maar ik deed het niet.
Ik had niets vervalst. Niemand erin geluisd.
Ik was er gewoon… geweest.
Ik wist wat Robert deed.
Ik had de verschuiving in de audits gezien.
Interne cijfers die niet meer matchten met de publieke.
Ryan die steeds vaker buiten vergaderingen werd gehouden.
Langzaam. Systematisch.
En ik hield mijn mond.
Omdat ik die plek wilde.
Omdat Robert tegen me zei:
“Je bent scherper. Hongeriger. Jij kunt leiden. Stop met wachten op Ryan’s toestemming.”
Dus nam ik de promotie aan.
En ik vertelde mezelf dat Ryan wel zou landen. Dat deed hij altijd.
Tot ik hem daar zag, bij die persconferentie.
Bloeddoorlopen ogen. Kaak op slot.
Verraad in elke lijn van zijn gezicht.
Toen wist ik het.
Ik had dit niet alleen laten gebeuren.
Ik had meegewerkt.
Niet door iets te doen.
Maar door niets te zeggen.
Stilte is geen neutrale keuze.
En ik had de mijne al gemaakt.
Nu restte alleen de vraag: wat ging het me kosten?
Proloog Tiffany
Oxford, Engeland
Ik dacht ooit dat ambitie een rechte lijn was. Keurig afgemeten, geslepen door wilskracht en gepolijst door privilege. Oxford heeft me dat idee snel afgeleerd. Hier is ambitie rommelig. Het ruikt naar koude koffie en drukinkt. Het zit in vingers vol inktvlekken, ochtenden met rode ogen, en die stille twijfel of je wel zo briljant bent als iedereen denkt.
Ik sloeg mijn wetboek dicht. De kaft was zacht geworden van het vele openen, de bladzijden dun van het herhalen. Mijn ogen prikten. Mijn hoofd tolde. Mijn hart hield zich nergens aan.
Daar stond het, in mijn inbox: Uw overstap is goedgekeurd.
New York.
Terug naar de stad waar ik van hield, maar alleen onder mijn voorwaarden. Niet als ‘de zus van’. Niet als voetnoot in andermans succesverhaal.
Maddox & Cole was niet zomaar een advocatenkantoor. Het was het soort plek waar alleen de top één procent van de top één procent binnenkomt. Een uitnodiging om te bewijzen dat ik méér was dan Tiffany Kingsley—het kleine zusje van Ryan Kingsley, de lieveling van de Manhattan boardrooms. Of Conors zogenaamde ‘slimmere tweeling’, zoals mijn familie me plagend noemde.
En toch.
De waarheid drukte zwaar.
Ik ging niet weg omdat ik wilde.
Ik ging omdat ik moest.
Omdat hoe vlekkeloos mijn essays ook waren, hoe zelfverzekerd mijn simulatiepleidooien ook klonken—ik hier langzaam verstikte. Te veel spoken. Te veel druk. Te veel nachten waarin ik me afvroeg of het geheim dat ik meedroeg me ook aan de overkant van de oceaan zou vinden.
Ik schoof mijn telefoon in mijn jaszak en stond op. Mijn hakken klakten over de stenen vloer van de bibliotheek. Te hard, vond ik, maar stoppen deed ik niet.
Buiten kleurde Oxford zich in grijstinten. Een lucht vol regen. Eeuwenoude gevels. Een fijne motregen die de wereld zacht maakte. Prachtig, nog steeds. En drie jaar lang was het van mij geweest.
Maar ik hoorde hier niet meer.
Ik hoorde thuis in New York—op de achtenveertigste verdieping, in een op maat gemaakt pak, tegenover mannen die twee keer zo oud waren en tóch mijn gelijke.
Ik hoorde thuis op een plek waar de inzet hoog lag en elke fout telt. Waar ik eindelijk kon bewijzen—aan hen, en aan mezelf—dat ik meer was dan mijn achternaam. Meer dan de fouten die ik ooit maakte.
Ik haalde diep adem, trok mijn schouders recht en fluisterde:
‘Tijd om naar huis te gaan.’